Shopping Cart

Geen producten in de winkelwagen.

Dagboek van Clara Maaswinkel -Gijsen (Hongerwinter Den Haag)

Dagboek van Clara Maaswinkel

Voorwoord - Dagboek van Clara Maaswinkel

Hongerwinter 1944-1945 

In overleg met Carla Maaswinkel mogen wij dit historische en emotionele verhaal over de hongerwinter in Den Haag hier plaatsen als het Dagboek van Clara Maaswinkel.
De Hongerwinter in Nederland was de winter aan het eind van de Tweede Wereldoorlog van 1944 tot 1945 met een groot tekort aan voedsel en brandstof. Hij leidde, met name in de steden van West-Nederland, tot hongersnood. Minstens twintigduizend mensen kwamen er om het leven door honger en kou.
Wil je meer weten over de hongerwinter klik dan hier:

Hier onder het Dagboek van Clara Maaswinkel:
In het dagboek dat mijn moeder tijdens de Hongerwinter 1944/45 schreef en dat ik zelf meer als een document ben gaan beschouwen. Zij schreef het in briefvorm, gericht aan haar tante en oom die in Brussel woonden. Postverkeer was toen niet mogelijk. Haar belevenissen opschrijven was voor haar een uitlaatklep in een uitermate moeilijke tijd, waar honger en angst de boventoon voerden. Ik ga er een soort vervolgverhaal van maken. Ik hoop dat jullie het willen lezen en wellicht ook willen delen. Het vertelt een stukje geschiedenis over mijn jeugd, de eerste jaren van mijn leven. Velen van jullie zullen het wellicht herkennen en misschien ook gegevens kunnen toevoegen. Bij voorbaat dank jullie wel!!

Het gezin bestaat uit Johan, Clara, Marrie en Carla. Johan, vader, is opzichter bij de Cemsto, een schoonmaakbedrijf in Den Haag gelegen aan de Weteringkade 141. Het gezin woont op 2-hoog boven het kantoor van de Cemsto. Er kan binnen het pand via deuren en trappen van 2-hoog naar de parterre worden gelopen. In de directiekamer aldaar lag onder het grote tapijt een luik naar de kruipruimte. Tijdens de vele razzia’s gedurende de oorlog, kroop mijn vader in die ruimte en lag hij daar uren of nachten. Niemand wist dit want je kon niemand vertrouwen. Als kleuter wist ik dit ook niet want als de Duitsers bij ons de trappen opliepen, dan vroegen ze mij als peuter waar mijn pappa was en dus werd alles heel stiekem gedaan. Pappa was zogenaamd op reis. Mijn moeder bracht hem ‘s nachts met kaarslicht wat te eten en dan kon hij ook naar de toilet gaan. Er was nog een oud buizensysteem van een verwarmingsinstallatie die niet meer in gebruik was. Mijn moeder gaf daar met een pollepen signalen op als de omgeving weer veilig was. Als hij dan boven kwam, vies van het stof en verstijfd van de kou, dan sloot hij ons in zijn armen

Deel 1 - Dagboek van Clara Maaswinkel

Hongerwinter 1944/1945

Lieve tante en oom,,

Het is 26 november 1944, ´s avonds 8 uur en het was een zeldzame rustige dag en dat na zo’n akelige week. Er zijn nog heel wat mensen opgepakt en we hebben ze hier voorbij zien gaan. Er liepen ook priesters en dominees mee. De rij sloot zich met 3 paters in het wit gekleed, blootshoofds en op blote voeten. Het was zo’n tragisch gezicht. Het regende hard en iedereen was drijfnat. Velen liepen in een enkel colbertje en hadden niets bij zich. We hebben een nare week achter de rug. De Duitse soldaten komen steeds beneden op het kantoor en ik houd het dan in de gaten, want Johan moet nog oppassen. Ze komen steeds wat weg halen, ladders of wat dan ook naar hun gading. Vandaag zijn er zeker 10 vliegende bomen afgeschoten. Carla was heel erg bang en plaste in haar broek. Ik krijg het kind niet zindelijk. Het is van de week in de stad een vreselijke toestand geweest. Velen gingen op rooftocht en zo hebben heel wat winkels het moeten ontgelden, maar er zijn ook mensen gewoon neergeschoten. Zo lagen er voor verschillende winkels mensen met een bord op hun lijk met de tekst ‘ik ben een plunderaar’. Op het Spui binnen in de winkel van Simon de Wit lagen 2 dagen de lijken van een zoon, moeder en dochter en die hadden zelf eerst zo’n bord moeten schrijven.

Het rantsoen is nog minder geworden. Warm eten is een luxe. Toch heb ik veel geluk hoor. Ik trek er dan ook op uit met de fiets, door weer en wind en ver. Jo krijgt soms van de zaak wat zeep en borstels en dat ruil ik dan weer in. Afgelopen vrijdag ben ik een stuk het Westland in gereden en ik had wat boerenkool, spruiten en sla. Ik neem mee wat ik kan sjouwen en doe ook de familie La Croix, onze buren, hier een plezier mee. De sla was verrukkelijk. Donderdag ben ik met de buurvrouw op stap gegaan. Lopend naar Leidschendam. Het goot en we waren drijfnat. We zagen een schuit in de Vliet liggen. Ze verkochten er taptemelk. Daar hadden we natuurlijk niet op gerekend en we hadden niets bij ons. Zo´n buitenkansje zonder bon dat konden we niet laten gaan. De schuit lag tegenover een kerk en toen heb ik bij de koster aangebeld en hem gevraagd om wat flessen. Hij weigerde. Pas toen ik hem aanbood er geld voor te betalen, gaf hij me twee wijnflessen. We hebben een uur in de rij gestaan in de stromende regen voor ieder een liter melk. De taferelen die zich daar afspeelden! Wij waren dolgelukkig met de melk. Drie uur lopen naar huis maar het bordje pap was toch wel heel erg lekker.

Wat verlang ik toch naar mijn meisje (dochter Marrie werd via dominee Kruijt van de Nieuwe Kerk met andere kinderen naar boeren families in Drenthe gebracht om aan te sterken en hen een veilig onderkomen te geven. Dat zou een paar maanden duren maar vervoer terug was onmogelijk door de vele bombardementen richting het westen. Ze bleef bijna een jaar weg.). Ik hoop zo dat we haar gauw zullen zien. Soms hou ik het niet meer uit. Ze schrijft wel heel erg lief. Het oudste meisje daar in het gezin heeft haar uitgetekend achter de piano en op stelten in de tuin. Wat was ik blij met die vodjes papier. Het was of ik haar zo voor me zag. De brief bereikte ons via dominee Kruijt.

3 december 1944, half tien ´s avonds.

Gisteren, zaterdag, was het een bijzondere dag voor me. Er werd gebeld. Iemand van de politie waar ik natuurlijk van schrok. Hij zei heel snel wat de bedoeling was. Ik moest gauw naar het ziekenhuis komen voor bloedtransfusie. Ik heb me daar namelijk voor opgegeven. Ik krijg dan extra voedselbonnen. Ze namen 350 gram bloed. Ik heb er niets van gemerkt. Ben benieuwd wat ze me toewijzen. Alles is welkom want daar kan Carla dan weer van profiteren. We krijgen nu per week nog maar één brood, de helft van een half brood en een kilo aardappelen. Groente zien we niet meer. Het is zo erg. We weten ons geen raad. Niemand kan dit overleven. Er is geen zout, geen lucifers. We doen met één pond zout al 6 weken. Boter hebben al in geen weken gezien. We kregen olie, een halve liter voor 7 weken. Ik ben nu heel blij dat Marrie dit niet hoeft mee te maken. Gisteren heb ik via dominee Kruijt wat boekjes voor haar en de andere kinderen opgestuurd. Dat is voor Kerstmis. Ik heb ook een kraagje van wit garen gehaakt voor de oudste en wantjes gebreid voor de middelste. Ik hoop maar dat het aankomt.

Dagboek van Clara Maaswinkel-Gijsen (Hongerwinter Den Haag)
Dagboek van Clara Maaswinkel-Gijsen (Hongerwinter Den Haag)

Deel 2 - Dagboek van Clara Maaswinkel

De Hongerwinter van 1944/45 en het bombardement op het Bezuidenhout

6 december 1944, 9 uur ´s avonds.

Gisterenavond toch nog gezellig bij de buren Sinterklaas gevierd. De buurman van beneden had zich als Sinterklaas verkleed. Carla heeft genoten en zong het hoogste lied. Ze was zo vreselijk bang dat Sinterklaas haar zou berispen omdat ze nog altijd in bed en soms in haar broekje plast. De verloofde van een van de meisjes kwam met repen chocola aandragen. Op zo´n avond mis ik mijn kleine meisje zo erg.

De honger is er altijd. Mijn maag knort voortdurend en Johan wordt steeds magerder. De mensen eten nu al aardappelschillen. Elke dag komen er kinderen aan de deur die vragen om voedsel. Vorige week belde een knaap aan van zo´n 18 jaar. Hij vroeg om brood voor zijn moeder en zichzelf. Ik heb hem twee boterhammen gegeven en hij was zo blij en nam op de stoep meteen een hap. Het is om te huilen als je al die ondervoede kinderen ziet. Koud en hongerig dwalen ze door de straten. Wanneer houdt het op?

Ik kan het ook niet meer beschrijven, alleen maar voelen. In het Zuiden, het vierde gebied, is men nu bevrijd. Wat een vreugde zal daar heersen.

We zitten de hele dag in de kou. Rond vier uur gaat de kachel aan om eten te koken, als er wat is om te koken. De vliegende bommen mislukken nog dikwijls en er vallen slachtoffers. Die dingen maken me erg nerveus. Slapen is moeilijk. Ze maken de nacht tot een hel. Van mijn kind nu ruim drie weken niets meer gehoord. De familie La Croix, onze buren hebben niet veel meer te eten. We hebben het jongste meisje, Adrie, maar bij ons laten eten. Ik kan het niet langer aanzien. Zolang ik nog iets heb kan het. Ik moet steeds aan mijn meisje denken. Die heeft het goed en het ontbreekt haar aan niets. God zal ons bijstaan. Wat zullen het moeilijke kerstdagen worden. Ik wou dat ze voorbij waren. Ons gezin is niet kompleet zonder m’n oudste. Soms sluit ik mijn ogen en dan probeer ik haar voor mijn geest te halen.

11 december 1944.

Lieve oom en tante,

Vanmorgen ben ik ontzettend geschrokken. Omstreeks 10 uur kwamen er twee vliegtuigen naar beneden gedoken. Ze scheerden vlak over het dak en gooide hier op de spoorlijn bommen. Ook op het station en hier in de zijstraat. Carla vloog op me af en ik dacht, daar gaan we. Overal op straat hoorde ik glas rinkelen. Het was misschien maar een paar minuten, misschien wel korter maar verschrikkelijk. Onze ruiten bleven gespaard. Johan zei later dat het misschien kwam omdat ik alle ramen open had. De kachel rookte ook zo. Er zijn heel wat doden en dat terwijl we jl. zaterdag ook zo´n vreselijk moment gehad hebben. Er kwam toen een vliegende bom naar beneden. Ik stond in de kamer en zag de vlammenzee aankomen. Het leek net of de bom rechtstreeks op ons huis af kwam. Gelukkig ging het ding over ons heen en is op het industrieterrein terecht gekomen.

Vrijdag ga ik weer naar de Centrale Keuken en hoop dat er iets voor ons is. Zelfs de koolsoep die ze meestal geven, is een delicatesse. We hebben al 14 dagen geen aardappelen meer gehad. Mijn voorraad is op. Wat een zalige kerstdagen zullen we hebben.

25 december – 1ste Kerstdag.

Johan zit tegenover mij aan Marrie te schrijven. Het is al zo lang geleden dat ik mijn dagboek tevoorschijn heb gehaald. Nieuws is er genoeg, elke dag weer, soms elk uur. Maar de lust om al deze narigheid op te schrijven ontbreekt me. We zijn hier in de stad ten einde raad. Overal is honger. Het vriest nu al twee dagen behoorlijk. Iedereen eet nu van de Centrale keuken. Elke dag koolsoep.

Johan heeft afgelopen zaterdag van de Landbouwcrisis Organisatie, 28 kilo aardappelen, 22 kilo peen en 46 kilo uien als Kerstcadeau gekregen en ik wist niet wat ik zag. We zijn er zo blij mee. We delen het met de buren. Wat een buitenkasje. De mensen gaan vanuit de stad met een handkar lopend naar Alkmaar of naar de Betuwe om wat eten bij elkaar te scharrelen. Ze doen er weken over. Keren terug met weinig, totaal uitgeput en met langen baarden. Sommigen halen het helemaal niet.

We zijn gisteren en vanmorgen naar de kerk gegaan. Dominee Kruijt predikte. Ik heb met hem te doen. Af en toe komt hij naar Marrie informeren. De kerk was vol. Het was fijn zo met Johan. Mocht er wat gebeuren met hem, dan heb ik in ieder geval deze dagen om op terug te kijken.

Lieverds, hoe maken jullie het. Toen we vanmorgen uit de kerk kwamen zei ik nog tegen Johan. ´Nu moesten oom en tante op bezoek kunnen komen.´

1 januari 1945, 10 uur ´s avonds.

Gisteren was wel de meest trieste dag van mijn leven. Het was zondag en zulk mooi weer.

Luchtalarm hebben we wel 10 maal gehad. ´s Middags om 12 uur kwamen weer vliegtuigen over. Gelijk luchtalarm en dan is het zo´n kabaal. Je weet niet waar je naar toe moet. Carla was bij de buren. Johan ging onmiddellijk op het balkon kijken. Ik rende naar beneden het portiek in. Daar lijkt het me dan het veiligst. Maar ik zag nog drie bommen naar beneden komen en ze scheerden over de daken. Ze schoten met machinegeweren. Verschillende bommen kwamen op het Bezuidenhout terecht. Alles naast de doelen. Zijn dit nu vrienden of vijanden? Ach, het zijn individuen die om niets meer geven. Het doet hun niets meer, als ze hun last maar kwijt zijn. Als u de ravage ziet die is aangericht! Ruiten stuk, deuren hangen er maar bij en dat in deze kou. Er zijn weer veel doden gevallen. Het is allemaal zo dichtbij.

We hebben de hele dag angstig bij elkaar gezeten want elk ogenblik kwamen ze uit de lucht vallen.

´s Avonds zaten we bij ons oliepitje, want licht mogen we niet aandoen. De groene politie loopt hier rond en gaan verschillenden huizen binnen. Voelen dan aan de lampen. Je boel wordt verbeurd verklaard en ook de doodstraf wordt toegepast. We doen het dan maar met het kleine pitje. Dart valt niet mee want om 5 uur is het al donker.

Gisterenavond, oudejaarsavond kon ik alles niet meer aan. We zijn vroeg naar bed gegaan. Dan hoefden we elkaar ook geen gelukkig Nieuwjaar te wensen. We sliepen al maar erg licht. Je bent zo op je hoede. Ik hoorde weer een V1 afschieten en tegelijk zag ik vanuit mijn bed een enorme vuurklomp aankomen. We hoorden dat het niet hoed ging en waren gelijk ons bed uit. Ik weet dan niet waar ik naar toe moet. Johan werd door de luchtdruk bij het raam vandaan geslagen. We zagen de bom ergens in de stad neerkomen. Van alle kanten zagen we rode, witte en groene ballen de lucht in schieten. Het was een hel. We keken tegelijk op de klok en het was precies 12 uur. De V1 was bedoeld voor Engeland, als Nieuwjaarsgroet zeker.

Dagboek van Clara Maaswinkel-Gijsen (Hongerwinter Den Haag)
Dagboek van Clara Maaswinkel-Gijsen (Hongerwinter Den Haag)

Deel 3 - Dagboek van Clara Maaswinkel

Hongerwinter 1944/1945

4 januari 1945.

Ik ben vandaag ´s morgens naar Zoetermeer gefietst voor wat melk. Al 10 weken heb ik geen druppel melk gezien. Carla komt zoveel tekort. Om half zeven was ik al op pad. Het maantje scheen nog. Het was verschrikkelijk koud. Onderweg kreeg ik een lekke band. Ik ben toch maar doorgereden. Ik zou en moest melk halen in Zoetermeer en had daarvoor een heleboel schillen gespaard. Viel niet mee op een lege band, Ik ben er gekomen en was om half negen al weer thuis met 2 flessen melk. Om 10 uur kwam iemand een pakje brengen vanuit Valthermond van Marrie. Wat waren we blij met de worst, spek en meel en haar zelfgebakken koekjes.

6 januari 1945.

Heden heeft Johan van de zaak 60 kilo aardappelen ontvangen.

8 januari 1945.

Alle mannen van 16 tot 39 moeten zich melden. Vandaag is het de laatste dag. Er hebben zich heel wat gemeld. Uit honger natuurlijk.

Vanmorgen belde een vrouw aan die in drie weken geen warm eten had gehad. Men betaalt hier 20 gulden voor een brood en 5 voor een kilo aardappelen. De mannen duiken onder. Ook Johan. We zijn bang dat Carla het niet geheim kan houden. Ze is altijd zo bang en kruipt onder de keukentafel als ze bij ons aanbellen. God sta ons bij. Laat er gauw uitkomst komen.

20 januari 1945, 2 uur.

Nog geen verandering in de toestand. Het is echt te erg om alles op te schrijven. Voor ons stadsmensen is het onhoudbaar. Men sterft op straat. Soms denk je hoe is het mogelijk dat die nog leeft. Het zijn net wandelende geraamtes. Wij eten één maal per dag ons buikje dik en laten anderen van onze gaven mee genieten. Het is soms net een duiventil. Zoveel aanloop als ik dan heb en zo dankbaar als er wat is om te geven. Maar ik wacht ook niet tot ik niets meer heb. Ik ben altijd op snor en zie niet op tegen een eind fietsen met schillen.

Kleine Carla wordt erg bijdehand. Ze is nu al bijna 5 jaar maar deze oorlogsjaren maken het kind vroeg wijs.

26 januari 1945.

Johan werd opgepakt en heeft twee dagen met de heer La Croix op het politiebureau vastgezeten. Ze waren op zoek naar hout voor de kachel en werden op heterdaad betrapt. Ze hebben geluk gehad dat ze naar huis mochten.

We krijgen nu nog maar een half brood per week. Men bezwijkt op straat.

De Russen zijn in aantocht. Ze zijn al bij Breslauw. Die houden tenminste van opschieten.

6 februari 1945, 12 uur ´s middags.

Het is alweer een week geleden dat ik u schreef. De ellende heeft hier een hoogtepunt bereikt. Ik heb al 4 weken geen aardappelen meer gehad. Vanmorgen is een collega van Johan in elkaar gezakt. Morgen is mijn kind jarig en ze zal nog geen eens een briefje van ons hebben. Geen post komt er door. Ook van haar in geen weken meer iets gehoord. Ik heb gepakt en gezakt gestaan om naar haar toe te gaan. Ik kon met een open auto mee naar Gieten, dat is niet zover van Valthermond vandaan. Ik had mijn lichaam met papier bedekt en een deken meegenomen. Toen ik op de afgesproken plaats kwam was de auto nog niet terug van de vorige reis. Het is nu al een week geleden en de auto is nog steeds niet aangekomen. Ik sta nog steeds klaar maar het zal wel niet doorgaan. We verwachten een nieuw offensief.

12 februari 1945, 10 uur.

Johan zegt, ‘moet je niet eens schrijven in je dagboek. Dus zal ik het maar doen. Het naarste is, ik kan nooit iets prettigs schrijven en dat houdt me dan ook tegen. Van Marrie nu al 7 weken niets gehoord. Ik ben zo verdrietig. Johan gaat zondag weer op de fiets met massieve banden naar Zwanenburg. Ik weet me geen raad. We hebben straks niets meer te eten.

Oh, als u alles hier eens kon zien. Die kindertjes sterven maar zo op straat. Ze lopen dikwijls in deze kou half naakt en huilen van de honger. Ik heb er vorige week weer een mee naar boven genomen. Het kind zag er verschrikkelijk uit. Carla heeft ook altijd honger. Ze komt veel te kort. Ze hangt erg aan me. Ik hoop maar dat ik haar ook niet hoef af te staan. Zaterdag is hier weer een Engelse bom op een huis terecht gekomen. Alle is tot op de grond afgebrand.

 Ik zag de bewoners op straat liggen. Dood. Die Engelsen gooien altijd mis.

foto 1 – V1 bom

foto 2 – net voor de oorlog

foto 3 – Clara voor de oorlog

foto 4 – Carla als kleuter

Dagboek van Clara Maaswinkel-Gijsen (Hongerwinter Den Haag)
Dagboek van Clara Maaswinkel-Gijsen (Hongerwinter Den Haag)
Dagboek van Clara Maaswinkel-Gijsen (Hongerwinter Den Haag)
Dagboek van Clara Maaswinkel-Gijsen (Hongerwinter Den Haag)

Deel 4 - Dagboek van Clara Maaswinkel

Hongerwinter 1944/1945

21 februari 1945.

Ik zit bij een paraffinelichtje te schrijven. Het is een veelbewogen dag geweest. 25 luchtaanvallen hier op de V1 standplaats. We hebben ze geteld. De stukken granaat vlogen over de straat. We zijn erg nerveus. Carla is nu ontzettend bang, Ik vraag me af wat voor een invloed dit op haar zal hebben voor later.
Eindelijk weer iets van mijn kind uit Valthermond gehoord. Er was een pakje met spek, meel en havermout en ook nog bonen en erwten.´s Nachts droom ik over een borstel die ik nodig heb. Dan kom ik in een winkel en heb ik keus uit wel 10 stuks. Gek hè.

28 februari 1945, half 8.

De laatste dagen is het hier meer dan verschrikkelijk. Rondom ons vallen de bommen. We begrijpen niet dat we nog leven. Om 4 uur vanmiddag viel er weer een aan het eind van de straat. Vanmorgen viel er een granaat vlak voor het huis. Carla is heel zenuwachtig geworden. Het kind lacht nooit. Ze houdt me maar vast. Waar haar mama is daar moet het toch veilig zijn. Ik wou dat ik zo over God kon denken. Als u Den Haag nu zou zien dan zou u huilen want het is één grote puinhoop geworden.

6 maart 9145.

Gisteren middag zijn we weer thuisgekomen.
Op zaterdag 3 maart is er een aanval geweest van onze zogenaamde vrienden. Om het precies zo op te schrijven als het was, kan ik niet. Je moet het meegemaakt hebben. Het hele Bezuidenhoutkwartier bestaat niet meer. Er kwamen 24 vliegende forten over en die deden dat werk. Hoe is het toch mogelijk dat de ene mens dat een ander kan aandoen. En juist hier.

Johan was niet thuis. Hij was zijn wijk al in en ik was in de kamer bezig. Carla lag nog in haar bedje te spelen. Toen kwam het luchtalarm voor de eerste keer. Ik heb Carla toen snel aangekleed. Ik had zo´n angstig voorgevoel. Het tweede alarm kwam al heel gauw daarna en ik had geen tijd meer om haar jasje aan te doen. Ik ben met haar onder in het trapportaal gaan staan. Honderden mensen vlogen ons portiek in. En toen kwam het vreselijke. We gilden allemaal. Mannen ook hoor. Onze kinderen krijsten het uit. Het was ook zo dichtbij. We dachten dat wij ook geraakt waren of onze huizen. Overal was brand. De brand kwam steeds dichterbij doordat de Noordenwind alles aanwakkerde. We zijn onder de brug gaan staan waar de loodsen zijn. De gewonden en doden werden daar ook naartoe gebracht.

Ik sjouwde met Carla, dan hier en dan daar heen. Eindelijk zag ik Johan. Hij moest met de eerste hulp mee maar er viel niet veel meer te helpen. Hij heeft nog een oude vrouw die op bed lag uit haar brandende huis weten te halen en op een handkar gelegd.

We zijn zaterdagmiddag uit de stad gevlucht en op de fiets naar Zwanenburg gereden. Daar kwamen we ´s avonds laat aan. Door en door koud. Carla had ik in dekens gewikkeld. Er was geen kachel aan. We zijn met z´n drieën op zolder dicht tegen elkaar aan gekropen. Ik wilde er niet blijven. Toch terug naar Den Haag. Weer op de fiets. Toen we hier thuis kwamen waren veel ruiten stuk. Ons bed lag bezaaid met kleine stukjes glas. Het was met zo´n geweld gebeurd dat de stukken glas ook in de wanden zaten. Dat was zaterdagavond om 12 uur gebeurd. Nog een VII naar beneden gestort, hier geen 3 minuten vandaan. De 8 brandweerlieden die daar aan het blussen waren, zijn allen omgekomen.
Ach, nog meer nare dingen schrijven doe ik niet. Ik ben doodop van alles maar we leven nog!

7 maart 1945.

Een hel is het hier. Ik zou willen vluchten maar we mogen onze huizen niet meer uit. VII´s gaan geregeld af. Vele mislukken en vallen om ons heen. Je kunt niet weg.

2 april 1945.

Het is haast een maand geleden zie ik.

Een maand van grote ellende maar sinds 2 dagen zijn we hoopvoller gestemd. De Duitse soldaten zijn aan het terugtrekken. Johan durft niet de straat op te gaan. Hij ligt meestal onder het luik, uren lang. Als het veilig is klop ik op de buizen. De groene politie is nog volop aan de gang. Ik ben zo moe en heb ontstekingen aan mijn mond.

Mijn fiets is gestolen. Johan had hem meegenomen en wel op slot gezet bij het kantoor van de PTT. Hij kon wel huilen. Hij is nu bezig van oude fietsen die op de zaak staan, een berijdbare te maken.

20 april 1945.

Net een brief van de pleegouders van Marrie ontvangen. Men had zich zorgen gemaakt na het bombardement van 3 maart.

Er is geen stroom meer. We kunnen geen berichten meer volgen. Johan zijn werkgever heeft erwten en tarwe gekocht voor de werknemers. Men moet het zelf in Amsterdam gaan halen. Niemand kan het opbrengen. Johan is sterk en zal de tocht maken. Ben ik weer vele dagen alleen. Ik ben bang dat ze hem onderweg zullen pakken. De groene politie is nog steeds bezig.

Wanneer worden wij bevrijd? We zijn helemaal ingesloten.

16 april 1945.

Het gaat geweldig. Het grootste gedeelte van Nederland is vrij.

Er is geen water meer en nog steeds geen stroom.

29 april 1945.

Een heuglijke dag. Hitler ligt op sterven. Himmler heeft om capitulatie gevraagd.
Het is half negen maar we weten nog niet hoe het is afgelopen.
Vliegtuigen met levensmiddelen zijn onderweg. En ja hoor. Grote bommenwerpers vliegen over de huizen. Ze droppen hun pakketten op vliegvelden. Je ziet de kleppen open gaan. Niet voor de bommen maar deze keer voor voedselpakketten. De piloten zwaaien naar ons.
Carla moest een grote boodschap doen van angst. Het kind wist immers niet dat het deze keer goede bommenwerpers waren. Ze durfde niet naar de WC te gaan. Ze heeft het potje gehaald en in de keuken onder de tafel gezet. Ze was zo zielig.
De oorlog is voorbij!

7 mei 1945.

De dag van de vredesondertekening. We waren allemaal blij maar ook ingetogen.

8 mei 1945.

Zondagavond en nog is hier geen bezetting van de Engelsen. Ze hebben oponthoud. De groene politie is nog driftig bezig en biedt tegenstand.

Het is een gekkenhuis. Iedereen vlagt en joelt terwijl de Duitse bezetting nog reageert en schiet op onze vlaggen die ze niet toestaan. Het is als stuiptrekken.

Er ontstaat een jacht op NSB´ers. Die worden gemarteld en aan de schandpaal vastgemaakt. Hun huizen en bezittingen worden verbrand. Vrouwen die met Duitse soldaten omgingen worden kaal geschoren.

Vanavond zijn ze dan toch gekomen. Rijen wagens vol geladen met uitgelaten jongens en meisjes. Sommige soldaten herkenden hun familieleden tussen de uitgelaten menigte. Zo ontroerend om te zien. Sigaretten werden met honderden uitgedeeld. Het was zo grappig om iedereen weer te zien roken.

17 mei 1945.

We zijn zo blij. We hebben uw brief van 8 mei ontvangen. U leeft beiden nog en u bent gezond.

Tantetje en oom, nu ik deze brief heb kan ik haast niet meer wachten tot ik u kan zien. Dat u beiden ontroerd naar de klokken van het paleis op de Dam hebt zitten luisteren, kan ik me heel goed indenken.

21 mei 1945.

Ook van mijn kind goede berichten ontvangen. Zonder strijd zijn zij er door gekomen.

Ze is drie weken ziek geweest. Geelzucht, juist tijdens de feestelijkheden in het dorp. Maar ze had over haar pyjama een oranje streep en een rood-wit-blauwe strik in het haar. Ze mocht voor het raam liggen en zo kon ze alle versierde wagens voorbij zien komen.

5 juni 1845.

Dit zal het laatste zijn dat ik in dit dagboek schrijf. We hebben gisteren twee pakketten van u mogen ontvangen. Wat een luxe allemaal. Wij bedanken u hartelijk voor alles. Nooit zal ik de vreugde van het mogen ontvangen vergeten.

Wij leven nog en ik dank God voor deze zegening.
Mijn geluk zal volmaakt zijn als ik mijn kind mag zien.
Tante en oom, een stevige omhelzing van mij en mijn Carla.
Tot gauw.
Clara

foto 1 en 2- bomenwerpers boven Bezuidenhoutout

foto 3 en 4 -gaarkeuken

foto 5 – dropping voedselpakketten

foto 6 – bevrijding

foto 7 – Carla viert Bevrijdingsdag als vlindertje

Op Internet is een uitgebreide documentatie te vinden over het bombardement op het Bezuidenhout, dat dus een vergissing was. Dit hoort ook bij de geschiedenis van Den Haag. Zeer de moeite waard om dit te lezen. Te lang voor deze site.

Dagboek van Clara Maaswinkel-Gijsen (Hongerwinter Den Haag)
Dagboek van Clara Maaswinkel-Gijsen (Hongerwinter Den Haag)
Dagboek van Clara Maaswinkel-Gijsen (Hongerwinter Den Haag)
Dagboek van Clara Maaswinkel-Gijsen (Hongerwinter Den Haag)
Slag om de Residentie
Dagboek van Clara Maaswinkel-Gijsen (Hongerwinter Den Haag)
47